Benigne Prostaathypertrofie (BPH): Diagnose
Als men de diagnose stelt van goedaardige prostaatvergroting (BPH) dient men eerst een prostaatkanker of een blaaskanker uit te sluiten. Dit klinkt logisch, maar soms wordt het weleens overgeslagen.
- Men kan een bloedtest uitvoeren (PSA en vrije PSA) om prostaatkanker uit te sluiten.
- Vaak wordt er ook een urineonderzoek uitgevoerd (eenvoudig en niet duur overigens) om na te gaan of er bloed in de urine zit. Dit laatste kan een tumor in de urinewegen aan het licht brengen. Deze kunnen immers ook plasproblemen veroorzaken
Eerst ondervraagt de dokter de patiënt naar de symptomen: hoe vaak hij plast, hoe vaak hij moet opstaan, of er residugevoel is na het plassen, of de straal goed is, ...
Men kan vragen een vragenlijst in te vullen. De IPSS (internationale prostaatsymptoom score) wordt het meeste gehanteerd.
bij een score op IPPS tussen
- 0 en 10 wordt meestal medicamenteus behandeld, ingrepen worden meestal uitgesteld tenzij medicatie niet voldoende helpt.
- 10 en 20: men kan medicamenteus behandelen, maar een ingreep kan ook voorgesteld worden.
- vanaf 20 is medicatie meestal niet meer doeltreffend genoeg en wordt best een ingreep uitgevoerd.
Nu is het zo dat wat voor de ene man hinderlijk is voor een ander weer perfect aanvaardbaar is: daarom wordt in dezelfde vragenlijst, aan het einde, meestal nog een vraag over de levenskwaliteit gesteld: of de plasproblemen een grote impact hebben op het algemeen welzijn. Het antwoord op deze vraag kan de arts een indicatie geven of hij met medicatie dan wel met een ingreep de patiënt beter kan maken.
Bij het klinisch onderzoek kan men de grootte van de prostaat inschatten bij rectaal onderzoek: dit wordt meestal in gram uitgedrukt. hoewel het meestal zo wordt uitgelegd is het niet altijd zo dat hoe groter de prostaat is, hoe meer klachten men heeft. Men voelt enerzijds naar knobbels die toch op kanker kunnen wijzen en anderzijds ook om na te gaan welke eventuele operatietechniek best wordt gehanteerd: dit hangt immers af van de grootte van de prostaat.
Er zijn ook objectieve meetbare parameters die naar de diagnose van BPH leiden:
- de uroflowmetrie
- de echografische residumeting (bladderscan)
- het urodynamisch onderzoek
- de transrectale echografie van de prostaat


