Symptomen van een vergrote prostaat
Als de prostaat vergroot met de leeftijd kunnen er allerlei problemen optreden. Belangrijk is echter te weten dat het niet altijd zo is dat bij vergroting van de prostaat er ook altijd problemen 'moeten' optreden. Ook bij een relatief kleine prostaat kunnen plasproblemen optreden.
Er wordt aangenomen dat door de aangroei van de prostaat de plasbuis deels wordt dichtgeduwd. Hierdoor wordt de urinestraal dunner: het debiet (milliliter per seconde daalt) kan gemeten worden met de uroflowmeter. De plasbuis loopt dwars door de prostaat.
De blaas moet tegen de verhoogde weerstand van de prostaat werken en de blaas reageert over verloop van tijd hierop door aangroei van de spiermassa: de blaas wordt sterker (blaaswandhypertrofie). Hierdoor wordt de blaas echter stugger en minder soepel: na een tijd kan ze niet meer zo goed werken en blijft er urine achter na het plassen: residu. Dit kan gemeten worden met echografie van het bekken. Ook leidt de blaas na een tijd een eigen leven en contraheert ze te pas en te onpas.
De klachten kunnen vele vormen aannemen en de graad wordt langzaam erger.
- Het nachtelijk moeten opstaan om te plassen ofte nycturie is vaak het eerste en meteen ook het hinderlijkste teken van problemen met de prostaat. Eén maal opstaan is nog aanvaardbaar maar bij twee of drie maal moeten opstaan is de nachtrust toch vaak erg verstoord. Voor patiĆ«nten die vooral van nycturie ( ook nocturie genoemd) last hebben wordt vaak een zeer specifiek medicijn voorgeschreven: desmopressine.
- Moeite om de straal op gang te krijgen heet startdysurie.
- Een gevoel van onvolledige blaaslediging kan optreden: residu. Er blijft urine achter in de blaas na het wateren. Normaal moet de blaas dan leeg zijn. Is dit niet het geval spreekt men van residu. Dit residu kan aanleiding geven tot ontstekingen van de urinewegen. Soms geeft het zelfs aanleiding tot vorming van een blaassteen.
- het nadruppelen duurt langer dan normaal: dribbling
- de urinestraal is onderbroken: gesaccadeerde straal
- het debiet vermindert : te meten met de uroflowmeter
Deze voornoemde symptomen worden vaak lang verdragen door de patiënt: het zijn vooral obstructieve symptomen. Soms treden irritatieve symptomen op en deze worden vaak als nog hinderlijker ervaren:
- vaak moeten plassen of pollakisurie.
- urineverlies door blaasspasmen: soms is de aandrang zo fors dat men urine verliest op ongeapst moment. Sommige mensen passen zich zelfs hier aan aan door bvb donkere broeken te dragen, sociale contacten te vermijden: verstandiger is op dit moment zonder dralen medisch advies in te winnen.
Het eindpunt van prostaatproblemen is een urineretentie: de blaas is vol.
Vaak wordt gevraagd een plasdagboek bij te houden en een zogenaamd IPSS (internationale prostaat symptoom score) vragen lijst in te vullen: dit laat toe de subjectieve last te meten.


