Blaasontsteking of blaasinfectie
Blaasontstekingen komen regelmatig voor. Een bacterie ondervindt immers ideale omstandigheden in de blaas om zich voort te planten: warmte, vocht en afvalstoffen. Aan een snel tempo is één enkele bacterie uitgegroeid tot een hele groep bacteriën: dit noemt men kolonisatie. Vanaf een zekere hoeveelheid bacteriën wordt het blaasslijmvlies zo fel geprikkeld dat de voor blaasontsteking typische verschijnselen optreden.
Men krijgt dus géén ontsteking van de blaas door op een blauwe steen te zitten. De meeste courante toegangsweg voor een bacterie tot de blaas is via de plasbuis of de urethra. Men kan echter ook een infectie krijgen door een fistel, door een onderzoek (cystoscopie) of door bijvoorbeeld een blaassondage.
De verschijnselen zijn onder andere vaak plassen, pijn bij het plassen in de plasbuis of in de schaamstreek, verdonkering van de urine. Soms kan de blaas zo fel ontstoken zijn dat de urine rood is: bloederige urine: men spreekt dan van een hemoragische cystitis. Het is erg indrukwekkend maar meestal geneest dit evengoed als een gewone niet bloederige blaasontsteking.
Een blaasontsteking geneest meestal snel na inname van antibiotica zodat veel mensen de indruk hebben dat een infectie van de blaas een banaliteit is. Sommige mensen nemen zelfs antibiotica zonder een arts te raadplegen. Vaak ook met succes. Probleem is echter dat een blaasontsteking soms een symptoom, een gevolg is van een ander onderliggend probleem. Zeker bij een man of bij een kind is verder onderzoek bij uw arts zelfs na een eerste infectie raadzaam. Bij een recidief is bezoek aan een uroloog zeker aan te raden. Bij een vrouw kunnen preventieve maatregelen vaak een recidief voorkomen. Echter indien de urine na behandeling van een infectie nog steeds etter of bloed bevat is verder urologisch nazicht aanbevolen.
Soms worden aan de hand van een verkeerd afgenomen urinestaal verkeerde conclusies genomen. Van belang is een zogenaamd 'clean catch' of 'midstream' staal te laten onderzoeken. De urine moet ten eerste vers zijn, ten tweede in een steriel potje opgevangen worden en ten derde niet in aanraking geweest zijn met de huid en haar bacteriën (schaamlippen, voorhuid, handen). De uroloog zal daarom soms, zeker bij twijfel of noodzakelijkheid, een blaaspunctie verrichten of een blaassondage of catheterisatie uitvoeren: zo heeft men urine die zonder twijfel uit de blaas komt en krijgt men geen zogenaamd vals positieve resultaten.
Sommige aandoeningen imiteren de verschijnselen van een blaasinfectie: een niersteen kan, bij ligging tegen aan de blaas (na zogenaamde indaling), soms louter vaak en pijnlijk plassen en/of donkere urine geven; ook zogenaamde interstitiële cystitis imiteert deels een bacteriële cystitis. Zo kunnen nog tal van aandoeningen de verschijnselen van een blaasontsteking imiteren.
Soms is een blaasinfectie het gevolg van een andere aandoening. Als men deze aandoening niet verhelpt zal men telkenmale hervallen: prostaatvergroting met residuvorming, blaaspoliepen , blaasfistels, blaasstenen, blaasdivertikels zijn voorbeelden van dergelijke aandoeningen die verhoogde kans op blaasinfecties geven
Daarom is het raadzaam bij elke blaasinfectie uw arts te raadplegen en bij herhaalde problemen een uroloog te consulteren.


