Chronische Abacteriële Prostatitis
Bij een chronische abacteriële prostatitis heeft de patiënt quasi dezelfde last als bij een chronische bacteriële prostatitis. Het verschil is dat in de kweken of culturen er nooit een bacterie kan aangetoond worden. Wel kunnen er witte bloedcellen gevonden worden in de urine of de prostaatsecreties.
Men vermoedt dat deze vormen van prostatitis veroorzaakt worden door organismen die nu eenmaal moeilijk kunnen gevonden worden in het laboratorium òf dat er andere niet bacteriële oorzaken zijn die de inflammatie van de prostaat veroorzaken. Deze laatste kunnen bijvoorbeeld zijn: slecht wateren door een vernauwing in de plasbuis of door goedaardige prostaatvergroting zelf. Dergelijke vernauwing resulteert in wateren met een hoge druk in de plasbuis. Deze druk perst als het ware urine in de ontelbare prostaatgangetjes die geïrriteerd raken door de urine: hierdoor kan een ontstekingsreactie ontstaan.
De behandeling van een chronische abacteriële prostatitis is dan ook moelijk in één woord samen tevatten. Er is geen eenduidige goede oplossing. Vandaar dat zowel de huisarts, de uroloog en de patiënt soms moedeloos worden als er geen vooruitgang geboekt wordt. De behandeling is vaak een zaak van 'trial and error': men stelt een proeftherapie in en men gaat na of het werkt.
Meestal wordt er, zelfs al zijn alle kweken en culturen steriel, toch een kuur met langdurige antibiotica voorgeschreven. Dit voor het geval er toch een infectie is met een organisme dat niet gevonden kan worden. Zes weken wordt door de meeste urologen aanzien als de duur met de zogenaamde quinolones (soort antibioticum). Vaak wordt ook doxycycline gebruikt. Dit wordt meestal in kortere kuren voorgeschreven.
Indien deze antibiotica kuur niet helpt is het weinig zinvol om verder te veronderstellen dat een pathogeen organisme (een bacterie) oorzaak is van het leed.
Men gaat ook meestal na of er dysurie of prostatisme is, moelijk wateren. Het volstaat immers dat de patiënt 'slecht plassen' anders verwoordt dan gewoonlijk opdat hij door de arts in het vakje 'prostatitis' wordt gestopt in plaats van in het vakje 'prostatisme' De meeste urologen gaan dan ook vaak een proeftherapie instellen met medicatie die gericht is op beter plassen. De medicatie die hiervoor gebruikt wordt, wordt besproken op de pagina van medicatie gebruikt bij benigne prostaathypertrofie.
het verschil met prostatodynie is dat er bij deze laatste vorm niet alleen geen bacteriën gevonden wordt maar ook geen ontstekingscellen (witte bloedcellen)


