Opsporing van prostaatkanker met PSA
Over het al dan niet actief opsporen van prostaatkanker door het bepalen van het totale PROSTAAT SPECIFIEK ANTIGEN-gehalte (PSA) in het bloed is al veel zin maar ook veel onzin geschreven. PSA-bepaling is en blijft de hoeksteen van opsporing. Toen de PSA-test nog niet bestond stelde men al te vaak de diagnose van prostaatkanker als het eigenlijk al te laat was om een potentieel genezende behandeling in te stellen.
PSA stijgt in de regel bij prostaatkanker. Maar het stijgt ook bij prostaatontsteking en bij prostaatvergroting. De vraag is hoe hoog het PSA-gehalte mag stijgen alvorens het abnormaal hoog is.
In de regel wordt de bovengrens op 4 ng/ml gesteld maar 2,5 ng/ml wordt bij een jonge man al snel als te hoog bevonden. Bij een hoogbejaarde man wordt 6 ng/ml nog net als normaal beschouwd.
Als het PSA-gehalte boven 10ng/ml is, is de kans op prostaatkanker erg hoog en verlaten we de zogenaamde twijfelzone.
In medische termen zegt men dat PSA een hoge sensitiviteit voor prostaatkanker heeft. Dit wil zeggen dat PSA quasi altijd stijgt bij prostaatkanker. Maar PSA heeft ook een lage specificiteit. Dit wil zegen dat er ook andere oorzaken kunnen zijn die de stijging verklaren: goedaardige vergroting en prostatitis geven ook stijging van het PSA. Bij een prostaatkanker met een hoge Gleasonscore is er soms geen PSA-verhoging. Bij te hoge PSA kunnen biopsies van de prostaat gebeuren om na te gaan of er nu al dan niet prostaatkanker is. Biopsiename is de enige manier om prostaatkanker te diagnosticeren. Om dit invasief en ietwat vervelend onderzoek te vermijden kunnen andere onderzoeken gebeuren.
Deze onderzoeken kunnen gedaan worden om te weten te komen of er nu al dan niet prostaatbiopsies dienen te gebeuren.
- De zogenaamde 'vrije PSA' kan met een eenvoudige bloedtest bepaald worden. Vaak gebeurt deze samen met het bepalen van de totale PSA. Boven de 20 % is er weinig kans op kanker. Onder de 20 % is er meer kans op prostaatkanker. Enkel bij een totaal PSA gehalte tussen 2,5 en 10 heeft bepaling van vrije PSA zin.
- Het rectaal onderzoek van de prostaat heeft nog andere benamingen: palpatio per anum of rectaal toucher. Het is weinig populair bij de meeste patiënten maar het blijft een belangrijk onderzoek. Een geoefend huisarts of een uroloog kan zo de grootte maar ook de hardheid van de prostaat beoordelen.
- De nieuwe PCA3 test zou meer duidelijkheid moeten brengen over wanneer wel en wanneer niet biopsies te plannen als er al eens biopsies genomen werden. Soms neemt men bij één patiënt immers over het verloop van jaren een tweede, derde of zelfs vierde keer biopsies.
Uiteindelijk is het toch moeilijk om een exacte stelregel op te stellen voor wat normaal is en wat niet. Met andere woorden wanneer er absoluut biopsies dienen te geburen, of er 'best' biopsies gebeuren of er helemaal gen biopsies dienen te gebeuren. Er zullen wellicht altijd patiënten 'te vroeg' of 'te laat' aankomen bij de de uroloog. De interpretatie van de tests is door elke arts immers net wat anders en wordt beïnvloed door de ervaring die een arts heeft. Er wordt op urologische congressen nog steeds lang gediscussieerd over wat wel en wat niet normaal is. Veel regels worden opgesteld die in de praktijk niet altijd gevolgd worden. Elk land heeft zo zijn eigen gewoontes.
Meestal apprecieert de patiënt een eerder vroege verwijzing door zijn huisarts dan een verwijzing bij een al te hoog PSA gehalte. De gewoonte in Vlaanderen is dat:
- een psa boven 4 als abnormaal wordt beschouwd. Men kan urologisch advies inwinnen of een controle van de PSA-test uitvoeren na enkele weken tot maanden in overleg met de arts die de test heeft aangevraagd.
- een vrije psa onder de 20 % ook als abnormaal wordt beschouwd. Men kan urologisch advies inwinnen of een controle van de vrije PSA-test uitvoeren na enkele weken tot maanden in overleg met de arts die de test heeft aangevraagd.
Er zijn echter de laatste tijd meer en meer andere benaderingen van PSA: Lees meer over het belang van de evolutie van de waarde van het PSA.
De waarde van het echografisch onderzoek van de prostaat voor het opsporen van prostaatkanker wordt niet door iedereen als hoog aangeslagen.
Er zijn artsen die erg tegen screening op prostaatkanker zijn : lees meer
Er zijn artsen die screening erg aanbevelen: lees meer


